• Expand your knowledge of Dutch grammar by learning new tenses, their irregular forms and how to use them.

  • 120x120

    The future with "gaan" and "zullen"

    Wat gaan jullie doen? - Ik zal je bellen.

    Get Started
  • 120x120

    The future using present tense

    Je zus komt morgen. - We zullen samen koken.

    Get Started
  • 120x120

    The past participle

    Ik heb gewerkt. - We hebben gereserveerd.

    Get Started
  • 120x120

    The past participle of some verbs of movement

    gevlogen, gebleven, gereden

    Get Started
  • 120x120

    The present perfect

    Ik heb gewerkt. - We hebben gereserveerd.

    Get Started
  • 120x120

    Irregular present perfect forms

    Ik heb gewerkt. - We hebben gereserveerd.

    Get Started
  • 120x120

    The use of the present perfect

    Ik heb noit gevlogen. - Ik ben naar Amsterdam gevlogen.

    Get Started
  • 120x120

    The past simple

    leerde, lachte

    Get Started
  • 120x120

    The use of the past simple

    Gisteren regende het.

    Get Started
  • 120x120

    Irregular forms of the past simple

    ik was - wij waren, ik had - wij hadden

    Get Started
  • 120x120

    More irregular forms of the past simple

    ik at - wij aten, ik gaf - jullie gaven

    Get Started
  • 120x120

    The present perfect and the past simple

    Ik heb kaas gegeten. - Gisteren ging hij vroeg slapen.

    Get Started
  • 120x120

    The verb "zullen" in the past simple

    ik zou, wij zouden

    Get Started
Default